Multimediale life-writing

•november 24, 2010 • Geef een reactie

Internet Killed Television is een blog van de 26-jarige Charles en zijn 21-jarige verloofde Alli uit Tallahassee, Florida. Elke dag van het jaar, en inmiddels al 570 dagen lang, filmen zij hun leven en plaatsen verslagen daarvan op hun YouTube-kanaal, die inmiddels al meer dan 300.000 abonnees heeft. Dit kanaal echter slechts een fractie van het project: op hun eigen website vind je ook foto’s, een geschreven dagboek en recepten en kun je naast t-shirts bestellen ook iPhone apps en de ‘themesongs’ die je achter de filmpjes treft, downloaden. Bovendien gaan zowel Charles als Alli prat op hun geekyness met hun MacBooks, iPhones en hoogstaande foto- en videocamera’s en zijn ze te vinden op Facebook, Twitter, Flickr en andere sociale netwerksites. Hun project is ontzettend populair – zo werd het filmpje waarin Charles Alli ten huwelijk vraagt al meer dan 2 miljoen keer bekeken. Daarnaast wonnen ze in 2009 een Mashable Open Web Award voor Best Brand Use on YouTube in de categorie Social Media.

In eerste instantie lijkt het alsof Charles en Alli niets anders doen dan een digitaal dagboek bijhouden. In haar tekst over dagboeken en weblogs schreef José van Dijck dat het schrijven in een dagboek ‘should […] not only be regarded as stilled reflections of life, but as ways of constructing life’ (Van Dijck, 124). Op een verrassend open manier construeert het stel een dagboek-achtig digitaal leven om hun eigen leven mee te representeren.

De website is echter een vorm van life-writing waarbij gebruik gemaakt wordt van vrijwel alle mogelijke digitale media. Charles en Alli zijn personages in hun eigen reality show – niet voor niets heet de site Internet Killed Television – vol dagelijkse beslommeringen en creatieve uitspattingen. Ze presenteren zich ook nadrukkelijk als zodanig middels de voorgeschreven en voorgestructureerde elementen die de digitale wereld hen biedt. Zij kiezen echter niet één medium om zichzelf te representeren, maar lijken het hele spectrum aan digitale media te willen gebruiken. Alsof zij zich bewust zijn van de beperkingen die hermediatie met zich meebrengt en zich daarom via zoveel mogelijk verschillende uitingen (film, muziek, beeld, geschreven tekst, mode en zelfs smaak) presenteren. Representatie is nooit compleet, zo lijkt het, en de correcte vertaling van het ‘zelf’ een multimediaal Gesamtkunstwerk.

Robin van Deutekom

Queerly Glee

•november 22, 2010 • 1 reactie


 

‘Ergens bijhoren’, dat lijkt van groot belang op Amerikaanse highschools als we de media moeten geloven. De populaire meisjes zijn lid van het cheerleaderteam en de populaire jongens zijn actief betrokken bij sport. Maar wat als je afwijkt van de norm binnen de middelbare school? Dan kan je terugvallen op de gleeclub, althans dat lijkt de Amerikaanse hitserie Glee te suggereren. Bij de gleeclub zitten de scholieren die kampen met vooroordelen van hun medescholieren en worstelen met hun eigen identiteit. Het is een bonte verzameling van karakters, de overambitieuze Rachel, de gevoelige footballspeler Finn, tienermoeder in spé Quinn en de openlijk homoseksuele Kurt.

In de serie speelt homoseksualiteit een grote rol. Kurt, een van de hoofdrolspelers komt er in een van de eerste afleveringen voor uit dat hij homoseksueel is. Hij steekt zijn geaardheid niet onder stoelen of banken, sterker nog hij is bijzonder open over zijn seksualiteit. Kurt is queer; hij stelt zich continu buiten de norm van gender en seksualiteit. Zijn voorliefde voor kleding en styling en de vele tijd die hij besteedt aan zijn uiterlijk geven blijkt van zijn vrouwelijke kanten. Tegelijkertijd maakt hij deel uit van het American football team, een echte mannenaangelegenheid. Toegegeven, zijn uitstapje naar American football komt aanvankelijk voort uit de wil om zijn vader een plezier te doen, maar dat betekent niet dat hij, op zijn eigen onconventionele manier, niet bijdraagt aan het team. Sterker nog, hij krijgt zijn medespelers zover om hun mannelijkheid voor even aan de kant te zetten om al dansend op Beyoncé’s Single Ladies te zorgen voor de eerste score van het jaar.

Homoseksualiteit wordt zichtbaar gemaakt in Glee, en het past daarmee uitstekend in de post-closet era die Ron Becker beschrijft (Becker 2009). Dit wil echter niet zeggen dat Kurt niet worstelt met zijn geaardheid en de vooroordelen die het met zich meebrengt. Zijn seksualiteit wordt namelijk nog altijd bekeken vanuit een heteronormatieve positie; het wordt geaccepteerd, maar niet begerenswaardig gemaakt (Peele 2007).

Rianne Savenije

Literatuur:

Becker, Ron. (2009) ‘Guy love: a queer straight masculinity for a post-closet era?’, in: Glyn Davis & Gary Needham (eds.) Queer TV: Theories, Histories, Practices. Londen en New York: Routledge: 121-140.

Peele, Thomas. (2007) ‘Introduction: Popular Culture, Queer Culture’, in Thomas Peele (ed.) Queer Popular Culture: Literature, Media, Film, and Television. New York: Palgrave: 1-8.

Caribbean Combo

•november 16, 2010 • 1 reactie

Op 15 november 2010 was het cabaretgezelschap ‘Caribbean Combo’ te gast bij De Wereld Draait Door om te spreken over hun nieuwe voorstelling. Het gezelschap bestaat uit de heren Roué Verveer, Jandino Asporaat, Murth Mossel en Howard Komproe. De focus van het gesprek kwam al snel te liggen op de gekleurdheid van de cabaretiers. Zo liet Matthijs van Nieuwkerk enkele fragmenten zien van blanke cabaretiers, die de spot drijven met gekleurde mensen. Vervolgens vragen zowel Matthijs als Prem Radhakishun zich af of de heren nu ook wraak gaan nemen op de blanke mensen. Hierna schept Roué Verveer duidelijkheid: ‘Deze show is niet gemaakt om vier zwarten tegenover wat dan ook te plaatsen. Niemand vraagt aan NUHR waarom vier witte? Omdat wij zwart zijn, wordt het aan ons gevraagd. De show is niet zwart of wit.’

Dit ogenschijnlijke onschuldige vraaggesprek kan goed binnen een breder discours worden geplaatst. Waarom is het inderdaad zo dat gekleurdheid áltijd wordt benoemd, terwijl witheid als neutraal wordt aangenomen? Richard Dyer stelt dat etniciteit er altijd toe doet en dat de blanke etniciteit te vaak als neutraal wordt gezien, waardoor zij in staat is een dominante machtspositie in te nemen. Dyer hecht belang aan het definiëren van witheid als etnische groep (Dyer, 1997). bell hooks beschrijft dat er wel degelijk een representatie van witheid bestaat binnen de gekleurde cultuur en dat witheid daarin wordt gekoppeld aan gevoelens van angst, terrorisme en onderdrukking (hooks, 1992).

Blanken zijn niet onzichtbaar, ook zij hebben een etniciteit. Door deze neutraliteit te deconstrueren, kunnen de privileges die witheid met zich meebrengt aan het licht worden gesteld en is er ruimte voor alternatieve beeldvorming van witheid. Achter een onschuldig vraaggesprek in De Wereld Draait Door ligt dus een verborgen laag van codes, conventies en normen die gedeconstrueerd kunnen worden.

Meer weten:
bell hooks (1992) ‘Representations of Whiteness’, in: Black Looks: The Representation of Race. Boston: South End Press, pp. 165-179.

Dyer, Richard. (1997) ‘The Matter of Whiteness’, in White: Essays on Race and Culture. London: Routledge: 1-40.

Het gesprek in De Wereld Draait Door is hier terug te kijken.

Anke Koenraadt

Hoe snel het kan gaan als balletjes gaan rollen…

•november 15, 2010 • 1 reactie

Wij leven in een gemedialiseerde samenleving. Een samenleving die meer en meer gekenmerkt wordt door mediaconvergentie en de zogeheten participatiecultuur. Waar wij als mediaconsument voorheen passief door het leven gingen, nemen wij tegenwoordig een actieve houding aan. Mediaconvergentie, het versmelten van verschillende oude en nieuwe media, zorgt ervoor dat er steeds meer interactie plaatsvindt tussen mediaproducent en –consument. Hoewel er nog steeds grotendeels sprake is van eenrichtingsverkeer vanuit de grote mediaconglomeraten, kan iedereen vanaf zijn zolderkamer participeren binnen het (voornamelijk digitale) medialandschap (Henry Jenkins, 2006). Dankzij websites als YouTube kan iedere kluizenaar wereldwijde roem krijgen. Het kleinste initiatief op internet kan opgepikt worden door een participant met meer macht. Als eenmaal de balletjes gaan rollen, verspreidt het zich als een virus. Hoe snel kan dat gaan? Zo snel:

Tijdens het college Mediated Identities (08-11-2010) uitte docent Liedeke Plate haar frustraties over dit promofilmpje van de Radboud Universiteit dat tijdens de open dag getoond werd aan (potentieel) nieuwe studenten. Diezelfde avond verschenen op de website van een relatief klein Nijmeegs initiatief, ANS-online, uitspraken van Plate, die de filmpjes seksistisch, racistisch en heteronormatief noemde. Ook op Voxlog verscheen een vergelijkbaar bericht. Beide berichten zijn crossmediaal opgepakt door landelijke media (voorbeelden zijn hier en hier en hier en hier en hier en hier en hier en hier te vinden) en zijn zelfs in het Belgische nieuws terechtgekomen. Dit alles gebeurde binnen een tijdsbestek van twee dagen. Op de websites zijn talloze reacties te lezen van internetgebruikers die hun al dan niet ononderbouwde zegje klaar hadden over het onderwerp. Reacties op het bericht bij PowNews werden zelfs op tv uitgezonden, wanneer de kijker Twitterde met de hashtag #PowNews.

Zoals dit voorbeeld aantoont, kunnen dankzij mediaconvergentie kleine intitiatieven en individuen zich in de kijker spelen op landelijk en internationaal niveau. Het is daarbij nog wel zaak dat de poortwachters van grotere machthebbende mediaconglomeraten de boodschap oppikken en doorlaten. Maar wie niet waagt, wie niet wint: iedereen heeft de mogelijkheid een poging te doen.

Marissa Vosters

De Web 2.0 Social Suicide van Mark Rutte

•november 11, 2010 • 1 reactie

Mark Ruttes digitale leven is niet meer, zo meldde op 14 oktober De Volkskrant. Waar Geert Wilders een fervent twitteraar is en eigenlijk bijna alle Tweede Kamer-leden zich op de digitale snelweg begeven, is de minister-president nu op geen enkele sociale netwerksite meer te vinden. Opmerkelijk, want in het huidige 2.0-tijdperk lijk je zonder een digitaal ego onmogelijk goed mee te kunnen draaien. De sociale media als extensions of man (McLuhan) zijn zo langzamerhand niet langer uitbreidingen, maar vormen de basis. Een basis die echter op losse schroeven staat.

John B. Thompson introduceerde het begrip mediated-quasi-interaction: een medium is een technologische interventie, die het face-to-face-contact ondergeschikt maakt ter meerdere glorie van de mogelijkheid om een bericht, een idee, maar ook jezelf direct de wereld in te zenden. Opperste erkenning is de erkenning van velen. Alles moet vervolgens naar buiten om zo een coherent beeld van jezelf te kunnen scheppen. Maar is deze coherentie werkelijk mogelijk? ‘The medium’ is immers ‘the message’, aldus McLuhan, en kan niks anders communiceren dan een ander medium.

Een lastige gedachte? Bedenk dan dit: wanneer je een profiel aanmaakt op Facebook maak je keuzes. Je kiest ervoor bepaalde eigenschappen uit te lichten en andere weg te laten. En hoe veel je ook wilt delen, hoe coherent je dit beeld ook wenst te zijn, het zal nooit je volledige ‘zelf’ kunnen tonen. Dit heeft niet alleen te maken met het proces van encoderen en decoderen, zoals Hall het omschreef, maar vooral met de stap die ervóór plaatsvindt: het nadenken over jezelf. De opzet van Hyves bijvoorbeeld dwingt de gebruiker zichzelf te definiëren aan de hand van films, merken, lievelingseten of eigenaardige eigenschappen. Je rizomatische identiteit wordt gefragmenteerd en daarna weer samenhangend gemaakt: een verhaal ontstaat, een medium van je ‘zelf’. Vervolgens zend je dit de wijde wereld in. Je medialiseert jezelf om jezelf te kunnen medialiseren. Dit terwijl de ‘talen’ van deze uitingen niet hetzelfde zijn en het beeld dat je van jezelf wenst te scheppen nooit als zodanig bij anderen overkomt.

Een goede beslissing dus, van Rutte. Meer dan ooit streven we in deze tijd naar coherentie, naar eenheid, naar betekenis en samenhang. Fragmenten, hoe verschillend ook, worden, koste wat kost, met de losse eindjes aan elkaar geknoopt en vormen zo een ogenschijnlijk coherent maar eigenlijk intens instabiel beeld. Inderdaad, doordat de keuze bij jezelf ligt lijken Hyves, Facebook en Twitter allemaal zo kwaad nog niet. Maar politici, en zeker de minister-president, kunnen zich zo’n instabiliteit toch eigenlijk niet veroorloven.

Robin van Deutekom

Welkom!

•november 2, 2010 • Geef een reactie

Welkom op onze weblog! Wij zijn vier masterstudenten Algemene Cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Voor het vak Mediated Identities houden wij een weblog bij over dingen die ons opvallen in de media en die wij kunnen koppelen aan theorie die wij behandeld hebben. Volgende week maandag zal onze eerste post verschijnen!

 

Robin van Deutekom

Anke Koenraadt

Rianne Savenije

Marissa Vosters